Curieuze brug

6 December 1890 verhuizen Lodewijk Pool, zijn vrouw Henderika en hun kinderen Tieme, Jan, Jakobje en Zijna van Bovensmilde naar Nieuw Amsterdam. Een groot aantal families was hen al voor gegaan, vele anderen zouden nog volgen. Het veen in het Drents-Friese grensgebied raakt op, en in het zuidoosten van Drenthe is een aantal Amsterdamse zakenlieden begonnen met de ontginning van het veen. Er is daar volop werk, en dus tijd om te verhuizen. Een jaar of twintig eerder was Joldert Willems de Vries hen al voor gegaan.

Begin oktober 1883, trekt een nog onbekende schilder van Den Haag naar Hoogeveen, en vandaar per trekschuit naar Nieuw-Amsterdam. Hij neemt zijn intrek in het logement van Hendrik Scholte. Aan zijn broer Theo schrijft hij enthousiaste brieven over de kleur, de rust en de eenvoud. “Ik heb nu een redelijk grote kamer (waar een kachel in gezet is), waar toevallig een klein balkon aan is vanwaar ik al de heide met de keten kan zien. Verder zie ik een heel curieuze ophaalbrug.”  

In een van de keten proberen Joldert Willems, Jakobje en hun kinderen het hoofd boven water te houden. Het leven in het veen is zwaar, de lonen zijn laag, de dagen lang. Er is veel ziekte. In heel Emmen is één arts, dokter Schönfeld. De kindersterfte is er hoog. Het is niet ongewoon de naam van een overleden kind door te geven aan het volgende kind. Drie kinderen met de naam Jan is geen uitzondering.

Ondertussen schrijft Vincent aan zijn broer “het is hier zoo gansch en al wat ik mooi vind”. Het logement van Hendrik Scholte bestaat nog steeds. Het is zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht, en bevat een museum en een klein restaurant met een zestal tafels, en een heerlijke keuken. Je kunt er nu, 130 jaar later, nog steeds overheerlijk eten. De uitspraak van Vincent vind je overal terug in het van Gogh huis: in een spiegel, in het servies en aan de muur.

Terwijl ik de asperges met zalm en gebakken aardappeltjes verorber, kijk ik naar buiten, naar de brug. Een andere brug dan die van Vincent’s schilderij. Een andere brug dan die waar mijn betovergrootvaders overheen hebben gelopen. Ook het uitzicht is onherkenbaar veranderd. Geen heide meer, en geen kleine huisjes, maar een flat en een autoverkoper.

Na een maand of drie vertrekt Vincent overhaast uit Nieuw-Amsterdam. Hij wacht niet op de trekschuit maar gaat lopend, langs het kanaal, terug naar Hoogeveen. Daar neemt hij de trein naar zijn ouders in Nuenen. Het vertrek is nogal abrupt en omgeven met speculaties. Het zou mij niet verbazen als hij op de brug tussen Veenoord en Nieuw-Amsterdam Joldert Willems de Vries tegen gekomen was. De familie de Vries is af en toe wat “kort veur de kop”.

In de zomer van 1890, als Lodewijk en Henderika in Bovensmilde hun verhuisplannen bespreken, schiet Vincent zich in de buurt van Parijs een kogel in de borst.

Dit bericht is geplaatst in de Vries, Pool. Bookmark de permalink.