Op zoek naar Hillegien

Ik ben afgelopen zaterdagmorgen op zoek gegaan naar de geboorte en het overlijden van Hillegien Jannes de Vries. Haar naam duikt op in de akte van nalatenschap van Jannes Eisen de Vries, een van mijn verre betbetbetovergrootvaders. Er zal nog wel een “bet” ontbreken. Jannes Eisen de Vries overleed in 1826 en liet een huis en wat land na aan de vaart in Smilde. Dit werd overgedragen aan zijn twee kinderen Eise en Hillegien.

Eise Jannes had ik al in beeld, maar Hillegien was nieuw. Nu is Hillegien door de grote tijdsafstand nog nauwelijks familie te noemen, maar ik vind dit soort zijsporen toch wel boeiend om uit te zoeken. Ze zal ergens begin 1800 geboren zijn en ergens in de loop van de 19e eeuw overleden. Dat moet toch niet zo moeilijk zijn om uit te zoeken.
Al snel vind ik in Drenlias de eerste sporen van een mogelijke Hillegien. Een geboorteakte van Lambert Everts uit 1821. De moeder is Hillegien Jannes de Vries en de vader is Marten Everts. Wat verder zoekend op deze combinatie levert nog een paar geboortes op: Marten in 1818 en een dochter Anna in 1824. Omdat in de aktes ook de leeftijd staat van Hillegien moet haar geboorte in 1789 of 1790 geweest zijn.

Zoeken in het doopboek van Kloosterveen levert niets op. Dan maar zoeken naar een overlijdensakte. Ook dat levert in eerste instantie niets op. Dan maar zoeken op de combinatie Marten en Hillegien. Uiteindelijk kom ik bij een overlijdensakte uit Sleen terecht van Hillegien Dijkstra, dochter van Jannes Dijkstra en Lammegien Muské, en vrouw van Marten Everts Bos. Ze zou geboren zijn op 1 mei 1789 in Smilde.

Terug naar de doopboeken van Smilde en omgeving vind ik inderdaad de doop van Hiltien, geboren op 01-05-1790, dochter van Jannes Eissen en Lammegje Arents. De dag klopt, maar het jaartal wijkt weer 1 af. Het zou kunnen.

Ik wist dat ze het vroeger in Drente niet zo nauw namen met achternamen, maar dit slaat wel alles. Haar man Marten heet in diverse aktes Marten Everts, Marten Everts de Vries en Marten Everts Bos. Haar ene zoon heet Evert Bos, haar andere zoon heet Lambert Everts en nog een andere zoon heet Marten de Vries. En zij zelf heet Hillegien de Vries en bij haar overlijden Hillegien Dijkstra.

Gezien de samenhang van alles, zou het kunnen kloppen, maar dan nog zou het kunnen zijn dat ik toch twee Hillegiens door elkaar haal.

Zo’n puzzel is toch leuker dan wandelen in de regen op een regenachtige zaterdagochtend.

Geplaatst in de Vries | Reacties uitgeschakeld voor Op zoek naar Hillegien

Zwolse connecties

Het grootste deel van mijn voorouders komen uit het Noordoosten van Nederland, uit Drenthe, Groningen, Oost-Friesland, en Bentheim. Het was dan ook een mooie verrassing toen ik een paar voorouders uit Zwolle, mijn huidige woonplaats, in de archieven tegenkwam.

Op 6 februari 1795 wordt Lodewicus ter Voorde gedoopt in de Steegjeskerk, aan de Hoornsteeg tussen Melkmarkt en Nieuwstraat, in Zwolle. De Steegjeskerk was een Rooms-katholieke statie, een missiepost. In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was het katholicisme officieel verboden, maar de eredienst werd in schuilkerkjes meestal oogluikend toegestaan. In deze schuilkerkjes werd gedoopt en getrouwd, hoewel het rooms-katholieke geestelijken verboden was om zich met het trouwen te bemoeien. Een wettig huwelijk kon gesloten worden ten overstaan van de magistraten of ten overstaan van de gereformeerde kerkenraden. Rooms-katholieke echtparen trouwden zowel voor schepenen (lokaal bestuur) of de hervormde predikant, als voor de rooms-katholieke geestelijke van hun schuilkerk. De ouders van Lodewicus, Gerrit ter Voorde en Dina Severin zijn daarom op 14 mei 1786 in de Nederduits Gereformeerde Kerk in Zwolle getrouwd, hoewel ze katholiek waren.

Bij de doop van Lodewijk was zijn oom Derk uit Haaksbergen als getuige aanwezig. De vader van Lodewijk, Gerrit, was op 4 februari 1748 gedoopt in de katholieke kerk in Haaksbergen. Hij was de jongste zoon van Jan ten Voort en Eefse Dercks Lenderinck. Gerrit had een aantal broers boven zich, waarvan Derk vermoedelijk de oudste broer, al is dat niet helemaal zeker, omdat de katholieke doopboeken van Haaksbergen van voor 1732 verloren zijn gegaan.
Een half jaar na de geboorte van Gerrit, in augustus 1748 worden in opdracht van het gewestelijk bestuur alle inwoners van Overijssel geregistreerd. De gegevens zijn bedoeld voor een nieuw belastingstelsel dat nooit wordt ingevoerd, maar we weten dankzij deze telling de samenstelling van ieder huisgezin.

In het Register van de Boerschap Holthuijsen staat vermeld: “47. Jan ten Voorde en vrouw, vijf kinder boven 10 jaar en 4 onder 10 jaar”. Er zijn 6 kinderen in leven, geboren na 1732; de overige 3 zijn dus voor 1732 geboren..
Er zal voor Gerrit weinig toekomst geweest zijn in Holthuizen, en hij besluit het buurtschap te verlaten. In 1786 woont Gerrit als metselaarsknecht, voor de Sassenpoort in Zwolle. Volgens een nog niet bevestigd bericht werkt “de uitheemse Gerrit de Voorde” 18 april 1785 als knecht bij de meestermetselaar Warner Stemberg.

Op 14 mei 1786 trouwt Gerrit met Hendrina Severijn, die als dienstmeid werkt bij dr. Raas in de Luttekestraat. Aatje Severijn, de moeder van de bruid, is getuige. Het paar krijgt 4 zoons, Jan, Willem, Egbert en Lodewijk. Om te kunnen trouwen, en zich in Zwolle te vestigen, moet Gerrit een zogenaamde akte van Idemniteit inleveren. Gerrit heeft op 8 januari 1786 in het “Gerigt van Haxbergen” zo’n verklaring ontvangen, en hij levert deze op 21 maart in. Gerrit mag zich nu in Zwolle voor een onbepaalde tijd vestigen als metselaarsknecht.
Gerrit overlijdt in het jaar waarin zijn jongste zoon Lodewijk geboren wordt. Op 18 november 1795 wordt Gerrit ter Voorde “‘s avonds om 9 uur op de Bethlehemse Kerkhof begraven in No 3 van de 11de lage”. Het Bethlehemse Kerkplein is nu in 2013 een terras van een tweetal cafés.

Lodewijk trekt na verloop van tijd naar Smilde waar hij aan het werk gaat als timmerman. Op 22 augustus 1818 trouwt hij in Smilde met Lena Brands. Zijn moeder Dina Severin geeft in juli 1818 bij een notaris in Zwolle schriftelijk haar toestemming voor dit huwelijk. In de akte staat dat ze niet aanwezig zal (kan?) zijn. De bijlagen van de huwelijksakte bevatten een document van de Nationale Militie, met een signalement van Lodewijk:

  • Lengte: 5 voet, 5 duim en 2 strepen
  • Aangezigt: breed
  • Voorhoofd: rond
  • Oogen: grijs
  • Neus: ordinair
  • Mond: idem
  • Kin: rond
  • Haar: bruin
  • Wenkbraauwen: blond
  • Merkbare tekenen: pokdalig

Lena Brands is geboren in Kloosterveen, Smilde, maar haar vader Jan Brands was afkomstig uit Zwolle. Jan Brands is op 25 februari 1756 gedoopt in de Nederduits Gereformeerde Kerk van Zwolle. Hij was de zoon van Marten Brands en Margje Groenenberg. Marten Brandt, geboren in 1714 in Zwolle, was soldaat in de Compagnie van de Overste Lieutenant Raasvelt. Margje Groenenberg is geboren in 1719 en woonde “op den Dijk”, waarschijnlijk in Kamperpoort.

Hoewel Lodewijk rooms-katholiek was, is hij in Smilde met een gereformeerd meisje getrouwd, en is ook zelf lid geworden van de Nederduits Gereformeerde kerk. Lodewijk overlijdt op 17 juli 1841, op 46-jarige leeftijd in Smilde. Zijn dochter Dina ten Voorde trouwt in hetzelfde jaar, op 8 oktober 1841, met Tijmen Jans Pool.

 

Geplaatst in Pool | Reacties uitgeschakeld voor Zwolse connecties

Geesje Pool

Op 30 april 1817 overlijdt Meeuwes Middelveld, 60 jaar oud en zoon van Geessien Pool. Dat Meeuwes banden heeft met de familie Pool in Ruinen blijkt uit het feit dat hij in 1792 getuige is bij de doop van Meeuwis, de zoon van Tiemen Hendriks Pool en Lammechien Jans. Tiemen is in 1784 getuige geweest bij de doop van de Meuwes, de zoon van Meeuwes Middelveld en Jantien Arents. Maar wie is Geessien Pool? Hoe zijn de banden tussen Geesien en de familie Pool?

In de archieven is niets te vinden over Geessien Pool. Na een zoektocht naar de combinatie Geesje en Meeuwes kom ik uit op Geesje Meuwes, in 1733 geboren in Hoogeveen, dochter van Meeuwis Middelvelt en Aaltje Sanders. Er zijn meer Geesje Meuwesen in andere plaatsen, die geen banden hebben met Ruinen.

Geesje krijgt op 24 september 1756 in Ruinen een zoon Michiel. Geesje is ongehuwd en de vader wordt niet genoemd. De naam Michiel is een bijzondere naam. Hij komt wel regelmatig voor in Drenthe, maar toch vreemd als naam voor de zoon van Geesje Meuwis Middelveld. Heette de vader van haar kind Michiel? Toch lijkt het aannemelijk dat de zoon van Geesje Meuwis later Meeuwis genoemd wordt, naar zijn opa Meeuwis Middelvelt.
Geesje krijgt daarna nog twee kinderen met Hendrik Rutgers: Zander in 1765 en Aaltje in 1767. De namen Sander en Aaltje komen beide voor in de familie van Geesje Meuwis.

En zo komen we op de volgende persoon in ons verhaal: wie is Hendrik Rutgers.

Hendrik Rutgers is op 15 februari 1711 gedoopt in de kerk van Ruinen, als zoon van Rutgert Tijmens en Claasjen Jans. Op 18 september 1735 trouwt hij in Beilen met Annigjen Hindriks uit Eemster. Annigjen is een dochter van Egbertien, en is op 15 juli 1712 in Diever gedoopt.

Hendrik krijgt een dochter Jentien, gedoopt op 19 maart 1741 in Ruinen. Er zijn documenten met betrekking tot een Rutger Hendriks. Hoewel er geen doopinschrijving is van Rutger, is het aannemelijk dat hij een zoon is van Hendrik Rutgers.

Een naam die veel opduikt als getuige bij de doop in Ruinen is Egbertje Hendriks. Egbertje is getuige bij de doop van Zander in 1765, Aaltje in 1767, Rutger Jans in 1769, Hendrik Rutgers in 1781, Hendrik Tijmens in 1788 en Jan Rutgers in 1792. Hoewel Egbertje de dochter zou kunnen zijn van Hendrik Pauls, gedoopt in 1726, is het ook heel aannemelijk dat Egbertje een dochter is van Hendrik Rutgers en Annigien Hindriks. De moeder van Annigien heet immers ook Egbertien. In 1764 krijgt Egbertien als ongehuwde moeder een dochter Annigje. Nog een aanwijzing dat Egbertien de dochter is van Annigien Hindriks uit Eemster.

Op 6 januari 1788 wordt Hendrik Tijmens gedoopt, zoon van Tijmen Hendriks en Lammegje Jans. Tijmen Hendriks heet tegen die tijd ook wel Tijmen Hendriks Pool. Egbertje Hendriks is getuige. In 1784 en 1792 zijn Tijmen en Meeuwis getuigen bij de doop van elkaars kinderen. Dit suggereert een band tussen Hendrik Rutgers, Meeuwis Midddelveld, Egbertje Hendriks en Tijmen Hendriks. Is Tijmen Hendriks een zoon van Hendrik Rutgers en (stief)broer van Meeuwis en Egbertje?

In het boek van T. Pool over de stamboom en de geschiedenis van de familie Pool, begint de geschiedenis op donderdag 24 februari 1709, als Tijmen Hendriks en Aaltjen Derks uit Nuil hun pasgeboren zoon Hendrik Tijmens laten dopen. Er is niet zoveel bekend van Tijmen en Aaltjen. Het zou echter kunnen zijn dat de geschiedenis niet begint met Hendrik Tijmens, zoon van Tijmen en Aaltje, maar met Hendrik Rutgers Tijmens, zoon van Rutger Tijmens en Claasje Jans.

In de Haardstedenboeken van Ruinen komen de volgende regels voor

  1. 1742, pagina 4130: Hendrik Tijmens en Jenne Rutgers Tijmens deze twee zijn arm en de laatstgenoemde bedelt bij de huizen.
  2. 1744, pagina 4139: Henrik Tijmens en Jenne Rutgers Tijmens deze twee zijn arm en de laatstgenoemde bedelt bij de huizen.
  3. 1754, pagina 4153: In een arm huisje woont Hendrik Tijmens pool is arm en compareert als soldaat voor zijn oom Hendrik Viller wegens Pesse, Egten, Ansen.
  4. 1764, pagina 4183: in een arm huisje in de hoek wonend Hendrik Tijmens Pool compareert als soldaat voor zijn neve Hendrik Hendriks Vilder weggens Pesse, Echten en Ansen.
  5. 1774, pagina 4204: Alumni van de Diaconie Cassa Geesjen Meuwes deze heeft remis van ’t Hoofdgeld, pro Deo, geobtineert en wordt tegenwoordig nog uit de Diaconien Cassa gealimenteert
  6. 1784, pagina 4211: Geesjen Meeuwes X
  7. 1794 blz 4222: Tijmen Hendriks en Rutger Hendriks genietende deze twee personen uit de Diaconie Cassa

Wie is de Hendrik Tijmens in 1742 tot en met 1764? Is dit de Hendrik uit 1709 of de Hendrik uit 1711. We gaan voor deze vraag even weer terug naar de ouders.

Van Tijmen Hendriks en Aaltje Derks uit Nuil is verder niets meer te vinden.

Rutger Tijmens en Claasje Jans hebben nog een aantal kinderen gekregen. In 1713 wordt Jentjen geboren, dochter van Rutger Tijmens. Dit brengt Hendrik Tijmens in het Haardstedenboek van 1742 en 1744 direct in verband met zijn zus Jenne Rutgers Tijmens.
In 1741 wordt Jan, de zoon van Jentien Rutgers geboren. De moeder is ongehuwd, en bedelt volgens het Haardstedenregister langs de huizen. Egbertje Hendriks is in 1769 getuige van de doop van Rutger, de zoon van Jan.

Hendrik Rutgers Tijmens is tussen 1764 en 1774 overleden. Hij komt in niet meer voor in het Haardstedenregister van 1774. In plaats daarvan wordt Geesje Meeuwes genoemd, die geld krijgt van de diaconie.

Samenvattend kunnen we het volgende concluderen: in 1711 wordt Hendrik Rutgers Tijmens geboren. Hij trouwt in 1735 met Annigje Hindriks. Ze krijgen minsten drie kinderen: Rutger, Egbertje en Jentien. Rond 1760 trouwt Hendrik Rutgers Tijmens met Geesje Meeuwes met wie hij drie kinderen krijgt: Zander, Zander en Aaltje. De eerste Zander is als kind overleden. Geesje heeft een zoon uit een vorige relatie Meeuwis. Verder is er nog Tijmen Hendriks Pool als zoon van Hendrik Rutgers Tijmens. Tijmen is volgens zijn overlijdenactie rond 1752 geboren. Omdat hij vóór Meeuwis is geboren, is het waarschijnlijk dat Tijmen een zoon is van Hendrik Rutgers Tijmens en Annigje Hindriks en niet van Geesje Meuwis.

Op 30 april 1817 overlijdt Meeuwes Middelveld, 60 jaar oud en zoon van Geessien Pool. Geessien Pool is Geesje Meuwes Middelveld, geboren in 1733 in Hoogeveen, dochter van Meeuwes Middelvelt en Aaltjen Sanders. Geesje is de tweede vrouw van Hendrik Rutgers Tijmens Pool en de stiefmoeder van Tijmen Hendriks Pool.

Bronnen.
De aanleiding van dit verhaal was een mail van iemand die via mijn website op zoek was naar informatie over Geesje Pool. Veel sporen en hints heb ik kunnen halen uit een discussie op het forum van het Drents Archief. Verder is alles na te zoeken op Drenlias.nl

Geplaatst in Pool | Reacties uitgeschakeld voor Geesje Pool

Harm Weerman

Rond 1800 trouwt Harm Weerman in Steinfurt met Aaltien Brinks, een meisje uit Noordbarge. Harm en Aaltje vertrekken vervolgens naar Noordbarge om daar te gaan wonen. Zo zou het gegaan kunnen zijn, maar de hervormde gemeente van Emmen vertrouwt het niet, en in 1804 moet het paar voor de tweede keer trouwen, en nu in Emmen. In de huwelijksaantekening staat “Gehuwd te Emmen 26-8-1804, nadat zij te voren al te Steinfurt getrouwd geweest waren volgens blijken van daar, maar wijl die documenten hier wat verdagt voorkwamen zijn dezelve na 3 kerkkondigingen hier op nieuw getrouwd op voorgenoemde datum”. De vraag is wat Harm en Aaltje in Steinfurt deden. Steinfurt ligt ver zuidelijk van Hoogstede, de woonplaats van Harm, en Aaltje komt uit Noordbarge dat noordelijk van Hoogstede ligt.
Harm en Aaltje hebben een dochtertje, Margien, die op 14-2-1802 in Emmen is gedoopt. Meer kinderen volgen in 1805 (Lambert), 1814 (Fennechien), 1817 (Albert). Hun laatste dochter Willemina wordt in 1823 geboren, toen Aaltien al 44 jaar oud was.

De naam Weerman duikt voor het eerst op in het gehucht Kalle, vlakbij het plaatsje Hoogstede in Duitsland. Hij werd daar geschreven als Weermann. In Kalle is een boerderij (“Hof” op z’n Duits), die de “Hof Weermann” heette. Alle boerderijen in die streek hadden een familienaam; de oudste boerderij is “Hof Kropschott”, die al in 1364 genoemd werd. Op dit moment wonen er geen Weermannen meer op de boerderij alhoewel hij nog steeds bestaat onder de naam “Hof Ensink”. De Hof Weerman ligt in de buurt van de Vecht, in een streek die regelmatig overstroomt bij hoogwater. De oude kapel van Arkel stond op een heuveltje vlakbij, en regelmatig moest men met een bootje naar de kapel. In 1820 is deze volledig afgebroken en in Hoogstede weer opgebouwd. De oudste leden van het geslacht Weerman liggen nog steeds op de oude plek van de kapel in Arkel begraven en een gedenksteen herinnert nog aan de vroegere kapel.

De Nederlandse Weerman-tak begint met Hendrik Weerman (22-1-1702) en Jennie Kropschot (28-10-1698) beiden geboren in Kalle. Zij trouwen in 1721 en krijgen in 1722 een dochter, Gese Weermann. Acht jaar later, op 8-5-1730, krijgen zij een zoon, Lambert Weermann. Of er nog meer kinderen zijn is onbekend.

Lambert trouwt op 7 februari 1762 met Fenne Moeken. Lambert was weduwnaar en Fenne was dus zijn tweede vrouw. Lambert en Fenne krijgen op 2-1-1776 in Kalle een zoon, Harm Weermann.

Lambert Weermann kan niet op de Hof Weermann blijven, en huurt een pachtboerderij van de familie Bleumers-Meier. Dit moet een drama voor Lambert geweest zijn, want de pachtboerderij was klein (de Hof Weermann was groot) en de inkomsten waren waarschijnlijk laag, terwijl ook de pacht nog betaald moest worden. Rond 1800 vertrekt zoon Harm Weerman naar Noordbarge en trouwt daar met Aaltje Brinks. Uit een aantekening in de kerkboeken van Emmen lijkt het dat zijn moeder Aaltje mee is gegaan, want op 4 september 1805 wordt Aaltje Weerman uit Noord-Barge begraven. Aangifte wordt gedaan door zoon Harm Weerman. Aaltje zal mogelijk de stiefmoeder zijn, want zijn moeder is Fenne Moeken. Is vader Lambert Weerman dan na het overlijden van Fenne voor de derde keer hertrouwd?

De nazaten van Harm zijn van de “arme tak” van de familie Weerman. De meesten waren landarbeiders of keuterboertjes en velen stroopten er wat bij als illegale jager. Al lijkt het er op dat het Harm zelf wel goed ging in Noordbarge. Volgens de kadaster-gegevens van 1807 en 1832 was hij eigenaar van minimaal 2 huizen, waaronder erve Brinks.

De oudste dochter Margien Weerman trouwt op 25 april 1826 met Willem Haan. Haar kleinzoon Geert Haan trouwt in 1898 met Frederika Geerlinks, de dochter van Frederik Geerlinks, afkomstig uit Emlichheim. De grootmoeder van Frederika Geerlinks is ook een Weerman, Harmina. De vraag is of Harmina Weerman familie is van Harm Weerman.
BRONNEN
Het grootste deel van dit verhaal is afkomstig van de website van Herman Weerman www.hweerman.com

Geplaatst in de Vries | Reacties uitgeschakeld voor Harm Weerman

Frits Geerlinks

Onderstaand stuk is overgenomen uit het boek “Op de grens, Gereformeerden in de marge van moderniserend Nederland, Ter Apel 1879-1940”, van Gert van Klinken


Frederik (Frits) Geerlnks was in 1834 geboren in het Duitse Emlichheim (Emmelkamp) in de Grafschaft Bentheim. De Geerlinksen waren een oud Emlichheims geslacht. De naam werd ook wel gespeld als Geerlings. Tot op de huidige dag (1999) bevindt zich in Emlichheim een Geerlingshoeve aan de weg naar Hoogstede.

Frits Geerlinks werd gedoopt in de ‘reformierte’ (hervormde) kerk van Emlichheim en deed daar in 1852 belijdenis. In 1860 huwde Geerlinks met Johanna Weggemans uit het Nederlandse Dalen. Het huwelijk werd in de Reformierte Kirche van Emlichheim geregistreerd. Het echtpaar vestigde zich in het Nederlandse Weerdinge in de gemeente Emmen. Ze sloten zich aan bij de afgescheidenen in Emmen. Toen in Weerdingermond een afgescheiden kerk gesticht werd, gingen de Geerlinksen daar met attest toe over. In Weerdingermarke bouwde Frits Geerlinks eigenhandig een boerderij met houten gebinte. Later verhuisde de familie naar de Markeweg. Geerlinks was landbouwer in de ruime zin van het woord. Hij was een vaardig timmerman, en nam tevens deel aan de verveningen. Op het nog onontgonnen veen verbouwde hij boekweit.

Bij de afgescheiden gemeente van Weerdingermond was Geerlinks vanaf het begin als ouderling betrokken. Tot 1884 diende hij de gemeente eveneens als voorzanger. In 1888 was hij voorzitter van de kerkenraad, in 1892 en 1895 scriba. In 1894 werd in de kerkenraad besloten dat Geerlinks bij afwezigheid van ds. Huls zou voorgaan in de erediensten. Kleinzoon Pieter Geerlinks kende meer dan een eeuw na dato nog de overlevering dat zijn grootvader zich op zaterdagavond bij kaarslicht voorbereidde op het preeklezen in de zondagse eredienst. Hieronder zal nog worden ingegaan op Geerlinks’ bibliotheek.

De familie Geerlinks voelde zich thuis in Weerdingermond. De kinderen van Frits Geerlinks en Johanna Weggemans waren volledig Nederlands. Ze spraken behalve Nederlands het veenkoloniale Groningse dialect – maar niet het Duits. De banden met Bentheim vervaagden. In de kast bewaarde een Hannoveriaanse acte van 1765 de herinnering aan de geschiedenis van het geslacht. In zijn laatste jaren woonde Frits Geerlinks als weduwnaar in een klein huisje naast de boerderij aan de Markeweg. Hij was in de kost bij zijn kinderen.

Aanvullingen van andere pagina’s van het boek

  • Het was een verrassing te vernemen dat Geerlinks nog in 1860 deel uitmaakte van de reformierte (hervormde), en niet van de altreformierte (afgescheiden) Kirche in Emlichheim.
  • Een huisbibliotheek werd in Weerdingermond verzameld door Frits Geerlinks. Geerlinks bezocht allerlei boeldagen om zijn collectie te kunnen opbouwen. Kleinzoon Pieter Geerlinks vertelde in 1998 dat zijn grootvader ‘op een dag met twee voer hooi op weg ging, en met een wagenvracht boeken weer terug kwam’. Bewaard bleef een uitvoerig exegetisch commentaar op de bijbelboeken Leviticus, Numeri en Deuteronomium, uitgegeven door de Leidse hoogleraar Joan van den Honert en gedrukt in Amsterdam door Isaak Tirion en Jacobus Loveringh in 1740. In het boek komen fraaie gravures voor, en meerdere aanhalingen in de Hebreeuwse en Griekse taal en typografie. Het boekenbezit van Geerlinks moet vrijwel zeker geïnterpreteerd worden in het kader van een ‘gezelschap’. Het grote aantal exemplaren van de Bijbel in één bibliotheek kon onmogelijk alleen voor het gezin Geerlinks bestemd zijn. In het gezelschap werd onderling boeken geleend, wat de armen een zeldzame mogelijkheid bood om zich lectuur eigen te maken. De zondagavond was in de Veenkoloniën voor de leden van het ‘gezelschap’ een geliefd tijdschip om over het gelezene van gedachten te wisselen.
  • In de rest van het boek wordt een beeld geschetst van een strenge en rechtlijnige man, die regelmatig in discussie treedt met een kerkenraad die wat “zachter” reageert. Frits schuwt zelfs het conflict met een mede ouderling niet, die op zondag zijn winkel open heeft.

Uit een mail van iemand uit Emlichheim:

“Ik weet nog dat in Emlichheim zo’n  10-15 jaar geleden aan de Ringer Straße (richting Hoogstede), een boerderij stond waar vroeger Geerlings gewoond hebben. Later werd de boerderij verhuurd. Nu (2013) staat hier de LIDL.”

 

Geplaatst in de Vries | Reacties uitgeschakeld voor Frits Geerlinks

Willem en zijn twee Maria’s

Willem Louyssen is 18 jaar als hij op 16 mei 1805 met Maria Grammon trouwt. Maria is drie jaar ouder. Je zou haast denken dat ze moesten trouwen, maar hun eerste kind Jacobus wordt een jaar later geboren op 17 mei 1806. Wat misschien mee heeft gespeeld is dat Maria in het weeshuis woonde. Moest ze het weeshuis verlaten en hadden Willem en Maria daarom haast om te trouwen?

Maria Johanna Grammon (Gramon, Graman) is 14 september 1784 te Vlissingen geboren als de oudste dochter van Abraham  Grammon en Elisabeth Veldman. Maria kreeg nog 4 zussen en een broer: Pieternella, Pieter, Margrieta en Johanna. Haar jongste zusje Johanna werd geboren op 5 maart 1791 in Vlissingen.

Op 6 januari 1802 wordt Maria belijdend lid van de Nederduitsch-gereformeerde kerk van Vlissingen. Ze woont dan in het weeshuis van Vlissingen. Dit betekent dat haar beide ouders tussen 1791 en 1802 zijn overleden. In 1805 doet haar zusje Margarieta belijdenis vanuit het weeshuis.

Als het eerste kind van Willem en Maria, Jacobus Louwes Louwissen wordt gedoopt op 21 mei 1806 zijn Willem’s oudste broer Louwis Louwissen en zijn moeder Susanna Leunessen getuige. Tweeënhalf jaar later, op 25 januari 1809 wordt Abraham Louissen geboren. De zus van Maria, Pieternella, is de enige getuige bij de doop.

Misschien zijn er meerdere kinderen geboren, maar dat heeft de geschiedenis nog niet verteld.

In 1822 gebeurt er iets tragisch. Maria overlijdt op 31 december 1822 in het burgergasthuis van ‘s Hertogenbosch. Volgens de overlijdensakte van 2 januari 1823 doen Willem Louijssen, arbeider uit Vlissingen en Hubertus van den Oever, boerenarbeider, 23 jaar oud en wonende te Alem, Noord-Brabant, en kennis van de overledene, aangifte van het overlijden. Volgens de akte verbleef Maria op het Hinthamereinde, Wijk D-235 in ’s Hertogenbosch, en was ze de dochter van Pieter Gramon en Lijsje. Op zich is het natuurlijk vreemd dat Willem de namen van zijn schoonouders niet kende. Pieter was immers de broer van Maria en niet de vader. Lijsje (uitgesproken als Liesje) is wel herkenbaar als de roepnaam van Elisabeth.
Een nog grotere vraag is wat Maria en Willem in ’s Hertogenbosch deden, wie Hubertus was, en waaraan Maria op oudejaarsdag is overleden. Misschien is mijn beeld van de eerste helft van de 19e eeuw verkeerd, en werd er meer gereisd van ik denk. Misschien waren Willem en Maria op familiebezoek. Er is in ieder geval reden genoeg om verder te speuren. (Volgens de volkstelling van 1822 woonde Maria Manders in Wijk D 235.)

Willem gaat terug naar Zeeland. In 1834 woont hij in Goes en is dijkwerker van beroep, volgens een akte van 16 augustus 1834 opgesteld door  notaris Jan Soetebier in Goes, waarin Willem toestemming geeft aan zijn zoon Jacobus om te trouwen met Lammechien Daling. Nog een klein mysterie. Waarom heeft een man van 28 jaar toestemming van zijn vader nodig om te trouwen?

Op 21 februari 1837 verhuist Willem van Veere naar Goes. Op dezelfde datum schrijft ook Maria Christina Sigel zich in Goes in, ook afkomstig uit Veere. Willem en Maria hebben elkaar waarschijnlijk al in Veere leren kennen, want 5 oktober 1837 trouwen ze in Goes, 50 en 53 jaar oud. Marie Christina Sigel is, net als Maria Grammon, geboren in 1784.

Op 19 januari 1846, 5 uur ’s ochtends overlijdt Willem in Mierlo bij Eindhoven, 58 jaar oud. Volgens de acte zijn Willem en Maria “zonder vaste woonplaats”. Een paar maand later, op 2 mei 1846, overlijdt Maria Sigel in Vlissingen.

Ook het overlijden van Willem en Maria is enigszins mysterieus.

Geplaatst in Louissen | Reacties uitgeschakeld voor Willem en zijn twee Maria’s

Jacobus en Suzanna

Jacobus Louwijssen, de zoon van Louijs en Maatje, trouwt rond 1780 met Suzanna Leunissen. In de overlijdensakte van Suzanna uit 1814 staat dat ze toen 59 jaar was en geboren in Westkapelle. Suzanna is dus rond 1755 geboren in Westkapelle en was zo’n 10 jaar jonger dan Jacobus.

Jacobus en Suzanna wonen in West-Souburg, waar hun zoon Louis wordt geboren op 13 januari 1782. Getuigen bij de doop op 20 januari zijn Antonis Leunisse en Janna Ros. Janna is de vrouw van Antheunis Louwijssen, de neef of broer van Jacobus.

In 1783 verhuist het gezin Louwijssen naar Vlissingen, waar op 30 juli dochter Matje wordt geboren. Oma Maatje is getuige bij de doop. Er is iets vreemds aan de hand met de namen; de achternaam van Jacobus wordt geschreven als Louhisen. Dat we toch de goede Jacobus te pakken hebben blijkt uit de naam van zijn vrouw, die geschreven is als Susanna Janse Luenese. Waarschijnlijk kon de dominee niet zo goed schrijven. De naam van oma Maatje wordt geschreven als Maatje Willemse van Peene. De andere getuige bij de doop was Hendrik Danelse Daane.

Twee jaar later op 30 mei 1785 wordt dochter Johanna gedoopt. Getuigen bij de doop waren Johanna Luenisse en Izaac Fanker. De naam van Jacobus wordt nu geschreven als Louhizen.

Op 28 maart 1787 wordt tenslotte zoon Willem geboren. Bij de doop van Willem op 4 april 1787 is er slechts één getuige, Maria de Landmeter.

Suzanna overlijdt op 14 februari 1814, op 59 jarige leeftijd. Ze was op dat moment weduwe van Jacbobus. In de overlijdensakte van Suzanna staat dat Jacobus Louwijssen 26 jaar is. Als Jacobus al op 26 jarige leeftijd is overleden in 1771, kan hij niet de vader van zijn kinderen zijn. Het zou ook kunnen betekenen dat Jacobus 26 jaar geleden is overleden, dus in 1788. Suzanna was in 1806 nog getuige bij de doop van haar kleinzoon Jacobus.

De naam Su(z)(s)anna Leunisse(n) komt een aantal keren voor in de archieven van Vlissingen. Bijvoorbeeld als echtgenote van Evert Klein, als echtgenote van Louis de Loo en als echtgenote en weduwe van Jacobus la Roy. Deze laatste Jacobus heeft in mijn zoektocht wel wat dwaalsporen gelegd.

Geplaatst in Louissen | Reacties uitgeschakeld voor Jacobus en Suzanna

Louijs en Maatje

Rond 1730 wonen Louijs Louijsse en Maatje Willems in Oost-Souburg, een klein dorp op Walcheren, tussen Vlissingen en Middelburg. Volgens (nog) niet bevestigde berichten is Louijs als zeeman overgekomen uit Antwerpen.

In de 18e eeuw is er nog geen burgerlijke stand. Geboorten, huwelijken en overlijdens worden bijgeschreven in de kerkboeken door de plaatselijke dominee, of in geval van katholieke burgers, door een rondreizende priester. De meeste mensen kunnen niet lezen of schrijven, en vertellen hun naam en de naam van hun kind aan de dominee.

Louijs, Maatje en hun kinderen staan dus met verschillende schrijfwijzen in de archieven.
• Louijs Louijsse en Maatje Willems (1734 en 1735)
• Louis Louwissen en Mattie Willemsen (1740)
• Louwys Louwyssen en Maatje Tans (1745)
• Louwys Louwyssen en Maatje Willems (1746)

Het zou natuurlijk kunnen dat Maatje Tans en Maatje Willems verschillende personen zijn, maar daar gaan we niet van uit.
De schrijfwijze van de naam Louissen blijft tot in de 20e eeuw een probleem.

In de zomer van 1734 wordt hun dochter Louijssa geboren. Louijssa wordt gedoopt in de hervormde kerk van Oost-Souburg. Getuigen bij de doop waren Pieter Chevaal en Janna Louijsse. Een anderhalf jaar later krijgt Louijssa een broertje Willem. Willem wordt 11 december 1735 gedoopt in de kerk van Oost-Souburg. Getuigen bij deze doop waren Ton Leijn en Pieternelle Louijsse.

De komende jaren worden er drie Jacobussen geboren in het gezin Louijsse (Louwissen/Louwyssen). Jacobus op 8 februari 1740 in West-Souburg, nog een Jacobus op 21 april 1745 in Vlissingen en Jacob op 17 juli 1746 in Vlissingen. Getuigen bij de doopplechtigheden zijn Willemijntie Deckers in 1740, Jacobus Servaas en Maatje Bimmel in 1745 en tenslotte Pieter de Jonge en Margryta van Winkel in 1746.

Ik noem de getuigen steeds omdat getuigen bij geboorte, doop en overlijden uit familie- buren- of vriendenkring komen. Hiermee worden andere verbanden tussen mensen en families zichtbaar.

Terug naar Louijs en Maatje. Ze zijn ergens tussen  1735 en 1740 verhuisd van Oost naar West-Souburg. In deze periode waren het nog twee zelfstandige dorpen met elk een eigen kerk. Pas in 1832 wordt de kerk van West-Souburg gesloopt, en worden de twee kerkelijke gemeentes samengevoegd. Enkele jaren later volgen de burgerlijke gemeentes.
Tussen 1740 en 1745 verhuizen Louijs en Maatje vervolgens naar Vlissingen.

In een tijd met grote kindersterfte is het gewoon dat de naam van een overleden kind overgaat op het volgende geboren kind. Het is dus logisch te veronderstellen dat met Jacob uit 1746 de lijn van de familie Louijsse verder gaat. Toch zijn er ook berichten dat het met Jacobus uit 1745 verder gaat. Een van de raadsels die nog uitgewerkt moet worden.

Een ander  raadsel rond het gezin van Louijs en Maatje is de geboorte van  Antheunis Louwijssen op 23 december 1752 in West-Souburg. Antheunis is de zoon van Louwijs Louwijssen en Arjaantje van Winkele, volgens de geboorteakte. Nu zou het natuurlijk kunnen dat Maatje ondertussen overleden is en dat Louijs hertrouwd is met Arjaantje. Maar de getuigen bij de doop zijn Antheunis de Jonge en Maatje Louwijssen. Is Maatje Louwijssen misschien Maatje Willems en heeft de dominee moeder en getuige verwisseld? De naam “van Winkele” zien we overigens ook terug bij de doop-getuigen van Jacob in 1746. Een derde mogelijkheid is dat er een oudste zoon Louwijs is. Ik heb geen bewijzen gevonden van het bestaan van deze Louwijs. Opvallend is wel dat Antheunis in 1752 in West-Souburg geboren is en dat Louijs en Maatje rond 1745 naar Vlissingen waren verhuisd.

Het gezin van Louijs Louijssen en Maatje Willems bestaat rond 1750 dus zeker uit de volgende kinderen
• Louijsa Louijsse  geboren 1734
• Willem Louijsse  geboren 1735
• Jacobus Louwijssen  geboren 1745 of 1746

Met vraagtekens bij
• Louwijs Louwijssen
• Antheunis Louwijssen geboren 1752

Voor de details en de aktes zie https://www.genealogieonline.nl/stamboom-louissen/I0658.php

Geplaatst in Louissen | Reacties uitgeschakeld voor Louijs en Maatje

Curieuze brug

6 December 1890 verhuizen Lodewijk Pool, zijn vrouw Henderika en hun kinderen Tieme, Jan, Jakobje en Zijna van Bovensmilde naar Nieuw Amsterdam. Een groot aantal families was hen al voor gegaan, vele anderen zouden nog volgen. Het veen in het Drents-Friese grensgebied raakt op, en in het zuidoosten van Drenthe is een aantal Amsterdamse zakenlieden begonnen met de ontginning van het veen. Er is daar volop werk, en dus tijd om te verhuizen. Een jaar of twintig eerder was Joldert Willems de Vries hen al voor gegaan.

Begin oktober 1883, trekt een nog onbekende schilder van Den Haag naar Hoogeveen, en vandaar per trekschuit naar Nieuw-Amsterdam. Hij neemt zijn intrek in het logement van Hendrik Scholte. Aan zijn broer Theo schrijft hij enthousiaste brieven over de kleur, de rust en de eenvoud. “Ik heb nu een redelijk grote kamer (waar een kachel in gezet is), waar toevallig een klein balkon aan is vanwaar ik al de heide met de keten kan zien. Verder zie ik een heel curieuze ophaalbrug.”  

In een van de keten proberen Joldert Willems, Jakobje en hun kinderen het hoofd boven water te houden. Het leven in het veen is zwaar, de lonen zijn laag, de dagen lang. Er is veel ziekte. In heel Emmen is één arts, dokter Schönfeld. De kindersterfte is er hoog. Het is niet ongewoon de naam van een overleden kind door te geven aan het volgende kind. Drie kinderen met de naam Jan is geen uitzondering.

Ondertussen schrijft Vincent aan zijn broer “het is hier zoo gansch en al wat ik mooi vind”. Het logement van Hendrik Scholte bestaat nog steeds. Het is zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht, en bevat een museum en een klein restaurant met een zestal tafels, en een heerlijke keuken. Je kunt er nu, 130 jaar later, nog steeds overheerlijk eten. De uitspraak van Vincent vind je overal terug in het van Gogh huis: in een spiegel, in het servies en aan de muur.

Terwijl ik de asperges met zalm en gebakken aardappeltjes verorber, kijk ik naar buiten, naar de brug. Een andere brug dan die van Vincent’s schilderij. Een andere brug dan die waar mijn betovergrootvaders overheen hebben gelopen. Ook het uitzicht is onherkenbaar veranderd. Geen heide meer, en geen kleine huisjes, maar een flat en een autoverkoper.

Na een maand of drie vertrekt Vincent overhaast uit Nieuw-Amsterdam. Hij wacht niet op de trekschuit maar gaat lopend, langs het kanaal, terug naar Hoogeveen. Daar neemt hij de trein naar zijn ouders in Nuenen. Het vertrek is nogal abrupt en omgeven met speculaties. Het zou mij niet verbazen als hij op de brug tussen Veenoord en Nieuw-Amsterdam Joldert Willems de Vries tegen gekomen was. De familie de Vries is af en toe wat “kort veur de kop”.

In de zomer van 1890, als Lodewijk en Henderika in Bovensmilde hun verhuisplannen bespreken, schiet Vincent zich in de buurt van Parijs een kogel in de borst.

Geplaatst in de Vries, Pool | Reacties uitgeschakeld voor Curieuze brug

de familie Pool

Ergens in 2010 kreeg ik een kopie van de “Stamboom en Geschiedenis van Familie Pool”. Het boekwerk is samengesteld door Tieme Pool, de kleinzoon van Tieme Pool. Deze laatste Tieme Pool was de broer van Jan Pool, mijn overgrootvader.

Een groot deel van de geschiedenis en stamboom gaat over andere takken van de familiestamboom, maar tot aan Jan en Tieme is de stam dezelfde.

De geschiedenis begint in 1709 wanneer Tijmen Hendriks en Aaltjen Derks hun zoon Hendrik laten dopen in de kerk van Ruinen. Er is niet zoveel bekend van Tijmen en Aaltjen. Het zou echter kunnen zijn dat de geschiedenis niet begint met Hendrik Tijmens, zoon van Tijmen en Aaltje, maar met Hendrik Rutgers Tijmens, zoon van Rutger Tijmens en Claasje Jans. In het verhaal over Geesje Pool heb ik dit uitgewerkt.

De geschiedenis van T.Pool is vanwege snelheid en gemak opgedeeld in een zestal PDF-bestanden die je hieronder kunt openen.

Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6

In verband met de privacy zijn de laatste hoofdstukken niet op het internet gezet.

Geplaatst in Pool | Reacties uitgeschakeld voor de familie Pool